Vandaag las ik een artikel in NRC over de teloorgang van de Nederlandse Belastingdienst. Een organisatie die rond de eeuwwisseling internationaal nog gold als één van de beste belastingdiensten ter wereld.
Het is lastig voor te stellen, maar in 1995 liep Nederland voorop op het gebied van automatisering en waren we het eerste land ter wereld waar digitaal aangifte kon worden gedaan. Zelfs buitenlandse ambtenaren kwamen hier kijken hoe onze fiscus het toch allemaal zo goed voor elkaar had.
Kortom: het werkte, dus tijd om te gaan reorganiseren.
Vanaf 2002 moest de organisatie moderner en minder hiërarchisch worden. Meer zelfsturing, meer vrijheid en vooral veel samen beslissen. Met als enig klein nadeel dat op een gegeven moment niemand meer precies verantwoordelijk was en er op beleidsniveau nauwelijks nog beslissingen konden worden genomen.
Geen probleem. Dan reorganiseren we gewoon nog een keer.
In 2015 moesten 4.800 banen verdwijnen en daarvoor zouden 1.500 nieuwe IT’ers en andere specialisten terugkomen. Om mensen te verleiden te vertrekken kwam er een aantrekkelijke vertrekregeling. En die werkte fantastisch, zoals te lezen in is deze post van april 2016.
Ruim 5.200 medewerkers meldden zich, waaronder duizenden ervaren specialisten die de Belastingdienst eigenlijk helemaal niet kwijt wilde. Een soort uitverkoop van je eigen institutionele kennis.
Ondertussen was er nog een klein dingetje: de ICT. Juist omdat Nederland daarin ooit zo ver vooropliep, werd jarenlang onvoldoende geïnvesteerd in vervanging. Oude systemen werden niet vernieuwd, maar voorzien van nieuwe applicaties, koppelingen en noodoplossingen.
En als dat niet meer werkte, bouwden we daar gewoon weer iets bovenop. Met als resultaat een digitaal Jenga-bouwwerk van meer dan duizend systemen en applicaties, waarbij vermoedelijk niemand precies weet welk blokje je vooral niet moet aanraken.
En zoals altijd is het uiteindelijk voor een groot deel de schuld van de politiek.
Want terwijl de organisatie personeel en kennis verloor en de ICT steeds verder verouderde, kwamen er ondertussen gewoon nieuwe belastingregels, nieuwe wensen en nieuwe taken bij. Waaronder het welbekende toeslagenstelsel.
De Belastingdienst waarschuwde dat sommige plannen moeilijk uitvoerbaar waren en dat er voor nieuwe taken fors in automatisering geïnvesteerd moest worden. Maar de politieke reactie laat zich ongeveer samenvatten als: “Begrijpelijk. Maar we hebben het al besloten en jullie gaan het uitvoeren. En trouwens: er moet ook bezuinigd worden.”
Dan even fast forward naar 2026. Inmiddels hebben we een Belastingdienst die zo vastzit in verouderde ICT dat de politiek allerlei nieuwe belastingplannen kan bedenken, maar de dienst ze op grote onderdelen nauwelijks meer kan uitvoeren. Eerst moeten namelijk de systemen worden vernieuwd. En ergens is dat toch een bijzondere prestatie.
We hadden één van de beste Belastingdiensten ter wereld. Toen besloten we hem te verbeteren. Ik noem dit: vakkundig kapot gerepareerd.
Twintig jaar, een paar reorganisaties, duizenden vertrokken medewerkers, meer dan duizend ICT-problemen en een toeslagenaffaire verder, moeten we constateren dat de bekendste slogan van de Belastingdienst eigenlijk maar een kleine aanpassing nodig heeft:
Belastingdienst: “Leuker kunnen we het niet maken. Ook niet beter.”
Reacties
Een reactie posten